B) VERVANGING EIGEN OOGLENS:

Deze operatie komt overeen met een cataract of grauwe staar operatie. Cataract of het troebel worden van de ooglens komt meestal slechts voor op oudere leeftijd. Het is de meest uitgevoerde oogoperatie met een hoge succesratio.
Indien U reeds een leesbril nodig hebt, meestal vanaf 45 jaar, is het waarschijnlijk minder interessant een laseroperatie uit te voeren of een bijzetlens te plaatsen. Deze ingrepen kunnen immers het probleem van de leesbril niet oplossen. In deze gevallen is het dikwijls beter de eigen ooglens te vervangen door een kunstlens (‘clear lens extraction’). Voor de kunstlens kan dan gekozen worden voor een multifocaal of accomodatief implant.

1. ACCOMODATIEF IMPLANT:

Deze lenzen werken met een verplaatsingsprincipe. Omdat de lens zich voorwaarts of achterwaarts verplaatst in het oog tijdens nabij of veraf kijken, verandert de brandpuntsafstand. Hierdoor kan men scherp kijken op afstand of nabij.

 

Voordelen: Met deze lenzen heeft men in principe altijd een goed zicht in de verte, ook ’s nachts.
Nadelen: meestal kan men met deze lens niet echt de kleinste druk lezen zoals de beursberichten in de krant of een bijsluiter . Hierbij heeft men dan toch nog een leesbril nodig. Intermediair zicht (op 60-70 cm) daarentegen is weer uitstekend.

2. MULTIFOCAAL IMPLANT:

Deze lenzen zijn opgebouwd in concentrische ringen. Deze ringen hebben verschillende brekingswaarden. Zo heeft bijvoorbeeld het centrale lensgedeelte de waarde voor ver, de ring er rond voor dicht, die verder weer voor ver en zo verder. Het licht wordt zo gesplitst in een gedeelte voor ver en een ander gedeelte voor dicht of intermediair.

 

Voordelen: met deze lenzen kan men meestal de krant of een boek lezen. Bijsluiters of de beursberichten zijn zeker niet altijd mogelijk. Vertezicht is meestal zeer goed.
Nadelen: het grote nadeel van deze lenzen is de kans op minder goed zicht in het donker. Ongeveer 1 patiënt op 10 heeft last van verblindingsverschijnselen ( halo’ s, sterren) ’s nachts. Dit kan soms zo vervelend zijn dat autorijden onmogelijk wordt.

HOE WORDT DEZE INGREEP UITGEVOERD?

Deze ingreep wordt bijna altijd uitgevoerd onder lokale verdoving. Uw dokter kan kiezen tussen een verdoving met druppels of een spuitje. Voor de operatie worden er pupilverwijdende druppels in het oog gedruppeld.
Tijdens de operatie wordt een klein sneetje van 3 mm. in het oog gemaakt op de rand van het hoornvlies. Er wordt een ronde opening gemaakt in het lenszakje en vervolgens wordt de lens met behulp van phacoemulsificatie verpulverd en opgezogen. Nadien wordt de nieuwe lens in het oog gebracht. Meestal is er geen hechting nodig.

 

NABEHANDELING

Na de operatie mag U niet wrijven in het geopereerde oog. Tevens dient U de voorgeschreven oogdruppels te druppelen volgens schema voorgesteld door uw dokter. Best is het niet te gaan zwemmen tot 3 weken na de ingreep en voorzichtig te zijn bij het sporten.

 

RISICO’S

Onder- of overcorrecties: kunnen voorkomen. Uw oogarts zal zo goed mogelijk trachten te berekenen hoe sterk het te plaatsen lensje moet zijn om een perfect resultaat te bekomen. Spijtig genoeg zijn deze methodes niet perfect, zodat men soms nog een beetje bijziend of verziend blijft. Meestal wordt in deze gevallen gekozen om de resterende afwijking bij te corrigeren met de excimerlaser. Indien hiervoor een contra-indicatie bestaat kan er soms gekozen worden om de lens te vervangen door een andere.

 

Oogdrukstijging: kan voorkomen in de eerste dagen na de operatie. Meestal is dit van voorbijgaande aard en kan dit opgelost worden met tijdelijke medicatie.

Maculair oedeem: is zwelling van het netvlies (film van het oog). De macula of gele vlek is het stukje netvlies waar we het scherpst mee zien. Indien dit zwelt zal het zicht niet perfect en mogelijks wat vervormd zijn. Macula oedeem komt voor in 1 op 300 operaties. Meestal is het voorbijgaand van aard, doch soms kan dit blijvend zijn. In deze gevallen kan een speciale operatie (vitrectomie) overwogen worden om het probleem alsnog op te lossen.

Infectie: is een zeer ernstige complicatie na een intra-oculaire ingreep. Dit komt voor bij 0.15% van de ingrepen en kan tot blindheid leiden. Indien zich een infectie voordoet zal U een pijnlijk, rood oog krijgen. Het is van het grootste belang dan zo snel mogelijk uw dokter te contacteren. Deze zal U dan zo snel mogelijk behandelen met de nodige medicatie.

Secundair cataract: of nastaar is het troebel worden van het resterende lenszakje. Dit komt voor in 10 à 15 % van de operaties, meestal pas enkele maanden of jaren na de operatie. Hierdoor vermindert het zicht. Dit kan opgelost worden met een eenvoudige laserbehandeling (YAG-laser) waarbij het vliesje opengeknipt wordt met behulp van laser.

Scheuren lenszakje: kan voorkomen tijdens de operatie. Meestal kan dit door de chirurg goed opgelost worden, zonder verdere nadelen voor de patiënt. Soms is het evenwel niet mogelijk een multifocaal of accomodatief implant te plaatsen omdat de centrage niet gewaarborgd is. In deze gevallen wordt een gewone unifocale lens geplaatst. Met deze lens ziet men slechts goed op één enkele afstand, vb. voor ver, en heeft men nog een aparte leesbril nodig voor dicht. In extreme gevallen kan de eigen ooglens in het achterste ooggedeelte terecht komen. In deze gevallen zal een vitrectomie uitgevoerd dienen te worden. Scheuren in het lenszakje komen voor in 1 op 500 gevallen.