Hieronder geven we een lijstje van de meeste voorkomende complicaties. De complicaties of bijwerkingen zijn dezelfde voor Lasik als PRK, tenzij anders vermeld.

Onder- of overcorrecties

Met refractieve chirurgie, net zo min als met enige andere vorm van chirurgie, kan er 100% resultaat beloofd worden. Er kan iets teveel of iets te weinig gecorrigeerd worden. Over het algemeen kan men stellen dat ondercorrecties meer voorkomen dan overcorrecties. De kans op onder-of overcorrecties neemt toe naarmate de afwijking groter is. Globaal genomen heeft men voor lagere afwijkingen ongeveer 90 tot 95% kans op een volledig onafhankelijk worden van een bril. Bij de hogere afwijkingen daalt dit tot 75 à 85%, afhankelijk van de oorspronkelijke afwijking.
In het geval van onder- of overcorrecties kan eventueel een heringreep overwogen worden.

Verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid

In de vroegere postoperatieve periode zien ongeveer 5 % van de behandelde patiënten lichtflitsen (starbursting) of halo’s en dit vooral ’s nachts. Dit fenomeen verdwijnt bij de meeste patiënten op enkele maanden tijd.
Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een wijde pupil. Om deze redenen kan uw oogarts U soms deze ingreep afraden, als hij meent dat U te grote pupillen heeft.
Vermindering van de contrastgevoeligheid kan soms de reden zijn dat patiënten vinden dat ze ’s nachts minder goed zien dan vroeger. Hierbij is er een verminderde gevoeligheid van het oog voor licht in minder goede lichtomstandigheden. Beide fenomenen, verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid, komen meer voor bij patiënten met grotere afwijkingen en met grotere pupilopening. Met de nieuwste lasers, zoals de MEL 80, kan men echter grotere afwijkingen behandelen zonder het risico op deze nevenwerkingen te verhogen, dank zij de geavanceerde ablatieprofielen waarvan de laser gebruik maakt.

Verlies aan best mogelijke visus

Na een refractieve behandeling kan de best mogelijke gezichtsscherpte wat gedaald zijn. Dit wil zeggen dat men bv. iets dichter bij de borden op de autoweg moet zijn om de tekst te kunnen lezen. Meestal gaat het slechts om een kleine daling in de gezichtsscherpte, die de patiënt weinig last berokkend. Dit komt voor bij 1 % van de behandelingen.

Infecties

Dikwijls denken de patiënten dat dit de meest voorkomende complicatie is. In werkelijkheid is de kans op infectie zeer klein. Statistisch is ze 1 op 5000. In vergelijking: mensen met zachte contactlenzen hebben een kans van 1 op 3000, elk jaar opnieuw, om een ernstige hoornvliesinfectie te doen met blijvende schade aan het hoornvlies tot gevolg. Bij autorijden hebt U een statistische kans van 1 op 150 op een ongeluk en dit ook elk jaar opnieuw.
Het risico moet dan ook niet overdreven worden, maar men mag het lot dan ook niet uitdagen. De patiënt dient zich nauwgezet aan de instructies van de behandelende geneesheer te houden. Men dient de antibioticadruppels na de operatie in te druppelen, men mag gedurende een drietal weken niet wrijven in de ogen, men mag niet gaan zwemmen gedurende een zelfde periode… Indien men toch een rood oog zou krijgen, dient zo snel mogelijk de behandelende oogarts geraadpleegd te worden.

Flapcomplicaties (LASIK)

Flapcomplicaties zijn eigen aan de LASIK techniek en komen niet voor bij PRK.
In de LASIK-techniek wordt een flapje gemaakt in het hoornvlies. Hierbij kunnen er een aantal dingen misgaan, maar in het algemeen betreft het oplosbare problemen, die meestal een wat tragere genezing tot gevolg hebben.

» Onregelmatige corneale flap : Als de flap niet dik genoeg gemaakt wordt, is het beter geen lasercorrectie uit te voeren omdat er anders een littekenreactie kan ontstaan, die tot enkele maanden kan aanhouden tot genezing. Hierdoor kan de gezichtsscherpte verminderen tijdens deze periode. Daarom verkiezen we in dit geval de flap voorzichtig terug te plaatsen. De genezing duurt meestal enkele dagen na de welke men zijn oorspronkelijk zicht terugkrijgt, weliswaar met zijn oorspronkelijke correctie. Vervolgens laten we het hoornvlies verder genezen en wordt de operatie herhaald na een drietal maanden.

» Plooitjes : Soms kunnen er plooien in de flap komen enkele dagen na de operatie. Indien deze plooien het zicht verminderen, kan de flap terug opengemaakt worden en de plooien gladgestreken worden.
Plooien kunnen vermeden worden door de ogen gesloten te houden gedurende de eerste 2 à 3 uur na de ingreep. Ze worden immers veroorzaakt door de knipperbeweging van het oog. De flap wordt immers niet vastgenaaid en louter op zijn plaats gehouden door de zuigkracht van het endotheel van de cornea. Om de verankering te verkrijgen dient men dus best zo weinig mogelijk te knipperen de eerste uren na de ingreep. Best is dus de ogen gesloten te houden.

» Onvolledige flap : Tijdens het maken van de flap loopt het mes over een rail, elektrisch aangedreven door een kleine motor. Uitzonderlijk kan deze motor blokkeren, waardoor een onvolledige flap gemaakt wordt. Op dat ogenblik dient de operatie gestaakt te worden. Zoals in vorige paragraaf herstelt het zicht zich in enkele dagen en kan men de procedure herhalen na 3 of 4 maanden. Dit heeft totaal geen consequentie naar het uiteindelijke resultaat.

» Vrije flap : Uitzonderlijk kan het flapje volledig los gesneden worden. Gezien de techniek oorspronkelijk zo ontwikkeld werd, is dit geen echte complicatie. Het flapje kan perfect terug geplaatst worden.

» Button hole : Tijdens het maken van het flapje kan het gebeuren dat het centrale deel van de flap niet mee los gesneden wordt. Op dat ogenblik is er een centraal gat in de flap. In deze gevallen kan de operatie niet verder uitgevoerd worden. Zoals bij een te dunne flap zal de flap terug geplaatst worden en dient men genezing af te wachten om na een drietal maanden de ingreep te herhalen.

» Epitheliale ingroei : Het epitheel is het bovenste deklaagje van het hoornvlies. Tijdens de LASIK-techniek wordt dit laagje bewaard, doch tijdens de helingsfase kunnen een aantal cellen vanuit de wondrand onder de flap doorgroeien. Dit komt voor bij 1 à 2% van de behandelingen. Meestal is dit zelflimiterend en dient er niets te gebeuren. Als de celletjes evenwel te centraal groeien, dienen ze verwijderd te worden. Dit gebeurt door de flap voorzichtig op te tillen en de ingegroeide cellen te verwijderen.
Epitheliale ingroei is een probleem dat meer voorkomt bij heringrepen dan bij eerste ingrepen. Dit is te verklaren door de manier waarop de flap weer opengemaakt wordt bij een heringreep.

» Flapverschuivingen : Het verschuiven van de flap gebeurt zelden na de eerste 48 uur en is meestal te wijten aan het wrijven in het oog. Om deze redenen worden de patiënten geadviseerd om heel voorzichtig te zijn de eerste week na de operatie, vooral niet te wrijven in het oog en ’s nachts een beschermend schelpje te dragen. Mocht de flap dan toch verschuiven, dan merkt de patiënt dit aan een plotse daling in gezichtsscherpte. Het flapje kan terug gelegd worden, zonder blijvende gevolgen.

» DLK of Sands of the Sahara : DLK , disseminated lamellar keratitis, is een steriele ontsteking van het gelaserde gedeelte van het hoornvlies en is een spoedgeval. Bij deze complicatie ervaart de patiënt een zichtsvermindering, het oog wordt rood en tranerig. Meestal is men lichtgevoelig en is er ook pijn. Deze gevallen, hoewel zeldzaam, vragen een dringende behandeling. In milde gevallen volstaat een aanpassing van de postoperatieve medicatie, in de ernstigere gevallen is het nodig om de flap los te maken en het gelaserde oppervlak rigoureus te spoelen, waarna de flap kan teruggeplaatst worden en een verdere medicamenteuze behandeling kan ingesteld worden.

Droge ogen

Na een Lasik-behandeling is de tranenfilm dikwijls wat verstoord, zodat het oog onvoldoende bevochtigd wordt. Dit geeft aanleiding tot een schurend gevoel, met mogelijks wat minder goede zicht. Dit houdt meestal slechts enkele weken aan, waarna de tranenfilm zich weer hersteld. Om deze reden wordt de patiënt aangeraden in de beginperiode na de ingreep, veelvuldig kunsttranen te druppelen.

Haze (PRK)

Het enige grote nadeel van de photorefractieve keratectomie is de mogelijkheid op haze of littekenreactie op het gelaserde oppervlak. Haze komt in principe in meer of mindere mate voor na elke PRK ingreep, maar is frequenter bij behandeling van grotere afwijkingen.
Haze schijnt heden ten dage minder frequent voor te komen door de betere lasers, het gebruik van de LASEK en/of epi-lasik techniek en het eventuele gebruik van medicatie die littekenvorming remt.
Bij de meeste patiënten stelt deze littekenreactie geen groot probleem en verdwijnt ze vanzelf. Sommige patiënten moeten gedurende enkele weken tot maanden een licht cortisonepreparaat druppelen om de reactie onder controle te krijgen. Belangrijk is dat de patiënten meestal zelf niets merken van deze reactie en hun zicht niet beïnvloed wordt.
Bij een minderheid van de patënten is er echter een uitgesproken littekenreactie die wel het zicht verminderd en meestal samengaat met een regressie van het resultaat ( men wordt terug bijziend of verreziend). In deze gevallen is het soms nodig een heringreep te verrichten om de littekenreactie te verwijderen en het probleem op te lossen.

Ectasie van het hoornvlies

Een ectasie van het hoornvlies wil zeggen dat er een uitstulping ontstaat van het hoornvlies na een laserbehandeling. Dit fenomeen treedt ook op bij mensen die lijden aan keratoconus van het hoornvlies. Dit gaat gepaard met een geleidelijk aan terug bijziend worden en eventueel astigmaat worden. Soms is deze afwijking onregelmatig en gaat ze op dat ogenblik gepaard met een gedaald zicht.
Ectasie treedt meestal op bij patiënten met een dunner hoornvlies en bij patiënten bij wie men grotere behandelingen uitvoert. De chirurg probeert voor de behandeling met de ter beschikking staande technische hulpmiddelen (o.a. corneatopografie) die patiënten uit te sluiten die een risico vormen om deze complicatie te ontwikkelen. Bij sommige patiënten zal men eerder voorstellen om een PRK uit te voeren dan een LASIK, bij anderen eerder een implantlens dan een laseringreep, om deze complicatie te vermijden. Door deze maatregelen is het aantal van deze complicaties reeds spectaculair gedaald, maar het risico is natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten.